Dit webartikel geeft een korte beschrijving van de opgave ‘De mentale druk op jongeren en jongvolwassenen neemt toe, met mogelijke gevolgen voor hun psychische gezondheid’. Deze beschrijving is voor het grootste deel gebaseerd op het Trendscenario en de Themaverkenningen van de VTVIn de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) rapporteert het RIVM elke vier jaar over de ontwikkeling van de volksgezondheid in Nederland.-2018. Het Trendscenario en de Themaverkenningen hebben in kaart gebracht hoe onze volksgezondheid en zorg zich ontwikkelen bij gelijkblijvend beleid: als we niets extra’s zouden doen, hoe zien onze volksgezondheid en zorg er dan uit in 2040? U vindt de onderbouwing voor de informatie in dit webartikel in het Trendscenario en de Themaverkenningen, tenzij anders aangegeven. Een andere manier om een goed beeld te krijgen van deze opgave is om de problematiek vanuit internationaal perspectief te bekijken. Dit geeft antwoord op vragen als: Hoe is de situatie in Nederland in vergelijking met andere landen, en hoe groot is het verschil met de best scorende landen? Zulke internationale vergelijkingen staan ook in dit webartikel.

Voor deze opgave zijn voor drie maatschappelijke doelen mogelijke handelingsopties uitgewerkt Dit zijn: ‘Kennisontwikkeling over mentale druk’, ‘Mentaal gezond blijven’ en ‘Acceptatie van psychische klachten’.

Dit webartikel bestaat uit de volgende onderdelen:

Zie ook de video waarin een zorgcoördinator voor scholieren en een student vertellen wat deze opgave betekent voor hun dagelijkse praktijk en hun dagelijks leven.

De belangrijkste ontwikkelingen

Mentale druk op jongeren en jongvolwassenen lijkt toe te nemen

Veel jongeren en jongvolwassenen ervaren druk om te presteren en dit lijkt toe te nemen. In 2014 gaf ongeveer 78 procent van deze groep aan de prestatiedruk als hoog te ervaren. Studentpsychologen geven aan dat ze steeds meer studenten in hun spreekkamer zien met steeds ernstiger en complexere klachten, waardoor meer jongeren moeten worden doorverwezen naar de huisarts of geestelijke gezondheidszorg (GGZGeestelijke gezondheidszorg). Eén van de mogelijk verklarende factoren is de versobering van de studiefinanciering, waardoor meer jongeren een bijbaantje nodig hebben om de kosten te kunnen dekken. Een ander signaal is dat steeds meer jongeren gebruik lijken te maken van (off-label) middelen die de kans op (studie)succes verhogen, zoals ADHDAttention Deficit Hyperactivity Disorder (Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit) medicatie. Ook onder middelbare scholieren wordt hoge prestatiedruk en stress ervaren.

Sociale media leiden tot nieuwe psychische klachten

Het gebruik van sociale media draagt ook bij aan de druk op jongeren en jongvolwassenen. Hierbij lijkt het vooral te gaan om het ideaalbeeld van het perfecte leven dat via het selectief delen van hoogtepunten via sociale media wordt gestimuleerd. Gebruik van sociale media en het lang online zijn kan leiden tot Fear of Missing Out, maar het kan ook andere psychische problemen in de hand werken, zoals angst, depressie en slaapproblemen. Door de steeds verdere integratie van deze technologie in het leven, zullen juist dit soort psychische klachten mogelijk meer voorkomen in de toekomst. Bovendien kan het langdurig kijken naar schermen van bijvoorbeeld smartphones of tablets ook leiden tot fysieke problemen, zoals bijziendheid en een verstoord bioritme en slaapproblemen door ‘blauw licht’. Ook andere technologieën, waar jongeren veelvuldig gebruik van (zullen gaan) maken, zoals gaming en virtual reality, kunnen (mogelijk) negatieve gevolgen hebben voor psychische gezondheid.

Mogelijk effect op ziektelast door psychische aandoeningen

Uit het Trendscenario blijkt dat psychische aandoeningen ook in de toekomst voor veel ziektelast zorgen. Hierin zijn mogelijke effecten van de toenemende mentale druk op jongeren en jongvolwassenen op hun psychische gezondheid, zoals een stijging van het aantal gevallen van burn-out, niet meegenomen. De toenemende mentale druk zou de ziektelast ten gevolge van psychische aandoeningen in de toekomst kunnen verhogen. Of en in welke mate dit gebeurt, is nu echter nog niet duidelijk. Recente cijfers laten wel een stijging zien voor burn-outachtige klachten onder 25-35 jarige werknemers (1). Wat hiervoor precies de verklaring is, is nog niet bekend. Meerdere factoren kunnen hierbij een rol spelen. Naast een stijging van het daadwerkelijke aantal gevallen, kan grotere bekendheid over burn-out achtige klachten onder zowel werknemers als hulpverleners leiden tot betere herkenning en meer registraties van deze diagnose.

De belangrijkste onzekerheden

Wat zijn de belangrijkste onzekerheden rond deze opgave?

De mentale druk op jongeren en jongvolwassenen neemt toe, met mogelijke gevolgen voor hun psychische gezondheid. Er zijn verschillende factoren die ervoor kunnen zorgen dat deze opgave groter of kleiner wordt in de toekomst. Een belangrijke bron van onzekerheid is de huidige beperkte kennis over de relatie tussen druk en psychische gezondheid. Er is nog weinig bekend over welke drukfactoren bijdragen aan (ervaren) druk, en op welke manier. Dit geldt ook voor de relatie tussen (ervaren) druk en psychische klachten en aandoeningen. Er is ook nog weinig inzicht in welke (individuele) factoren maken dat de ene persoon klachten krijgt door blootstelling aan (langdurige, hoge) druk en de andere persoon niet. Dit heeft waarschijnlijk te maken met zaken zoals iemands mate van beïnvloedbaarheid, weerbaarheid en veerkracht. Wat betreft de drukfactoren lijken de economische en de sociaal-culturele ontwikkelingen voor de meeste onzekerheid te zorgen. Denk aan de mogelijk verdere ontwikkeling naar een 24-uurseconomie, waardoor mensen altijd bereikbaar moeten zijn (of dat gevoel hebben), of het doorzetten van een prestatiegericht onderwijssysteem, waarin weinig tijd en ruimte meer is voor verkeerde keuzes of een tijdje minder goed presteren. Deze ontwikkelingen kunnen, in combinatie met de vergrijzing, ervoor zorgen dat het combineren van werken, leren en zorgtaken extra moeilijk wordt. Zulke ontwikkelingen kunnen drukverhogend werken. Ook de rol van social media, en hoe hier mee om te gaan, leidt tot onzekerheid rondom deze opgave. Dit komt onder andere omdat er nog weinig bekend is over de langetermijneffecten van (overmatig) social media gebruik, zoals angst, depressie en slaapproblemen. Aan de andere kant zou het feit dat de jongere generaties al van jongs af aan opgroeien met een veelheid aan prikkels zoals social media, internet en een competitieve maatschappij ertoe kunnen leiden dat zij daardoor ook al vroeg een groter bewustzijn van de mogelijke effecten ervan ontwikkelen. Mogelijk hebben zij hiervan op latere leeftijd profijt.

Internationaal perspectief

Jongeren in andere landen ervaren (nog) meer druk door schoolwerk

Veertig procent van de Nederlandse meisjes en 27 procent van de Nederlandse jongens van 15 jaar ervaren druk door schoolwerk. In andere landen van de Europese Unie (EUEuropese unie) ervaren jongeren echter nog (veel) meer druk (figuur 1). Op 11-jarige leeftijd ervaren Nederlandse jongeren nog de minste druk van alle EU-landen in de HBSC-studie (niet in figuur). De druk op Nederlandse scholieren neemt dus toe naarmate ze ouder worden. Daarnaast voelt 10 procent van de jongens en 19 procent van de meisjes zich vaker dan 1 keer per week nerveus, en 7 procent van de jongens en 21 procent van de meisjes voelt zich vaker dan 1 keer per week somber. Vergeleken met andere EU-landen zijn deze percentages relatief laag. Nederlandse jongeren hebben wel relatief vaak problemen met in slaap komen. Zo heeft van de 15-jarigen 25 procent vaker dan 1 keer per week problemen met in slaap komen. Onder 11- en 13-jarigen ligt het percentage zelfs nog iets hoger (respectievelijk 29 en 27 procent (figuur 2)). Nederlandse 15-jarigen vinden hun klasgenoten het vaakst aardig en behulpzaam van alle EU-landen in de HBSC-studie. Daarnaast ervaren 15-jarige meisjes in Nederland relatief veel steun van vrienden. Het percentage dat dagelijks via sociale media contact met vrienden heeft, is gemiddeld in Nederland, evenals het percentage dat veel steun van familie ervaart (figuur 3).

Lees meer

Gebruikte indicator(en): Percentage 15-jarigen dat druk door schoolwerk ervaart.

HBSC-gemiddelde is het gemiddelde van alle landen die deelnamen aan de HBSC 2013/2014 survey (hier zitten ook niet-EUEuropese unie-lidstaten bij). 

Gebruikte bron(nen): HBSC 2013/2014 survey (2). 

 

Figuur 2. Variatie in enkele indicatoren voor de mentale gezondheid van jongeren in EU-landen, 2013/2014


Meer informatie over welke landen het hoogst en het laagst scoren vindt u onder Lees meer

Lees meer

Gebruikte indicator(en): 

  • Percentage 15-jarigen dat zegt vaker dan één keer per week problemen te hebben met in slaap komen
  • Percentage 15-jarigen dat zegt zich vaker dan één keer per week nerveus te voelen
  • Percentage 15-jarigen dat zegt zich vaker dan één keer per week somber te voelen

Jongens:

  • Percentage 15-jarigen dat zegt vaker dan één keer per week problemen te hebben met in slaap komen - hoogst (=slechtst) scorende land: Frankrijk; laagst (=best) scorende land: Portugal
  • Percentage 15-jarigen dat zegt zich vaker dan één keer per week nerveus te voelen -hoogst (=slechtst) scorende land: Italië; laagst (=best) scorende land: Duitsland
  • Percentage 15-jarigen dat zegt zich vaker dan één keer per week somber te voelen -hoogst (=slechtst) scorende land: Italië; laagst (=best) scorende land: Denemarken

Meisjes:

  • Percentage 15-jarigen dat zegt vaker dan één keer per week problemen te hebben met in slaap komen - hoogst (=slechtst) scorende land: Frankrijk; laagst (=best) scorende land: Spanje en Oostenrijk
  • Percentage 15-jarigen dat zegt zich vaker dan één keer per week nerveus te voelen -hoogst (=slechtst) scorende land: Italië; laagst (=best) scorende land: Oostenrijk
  • Percentage 15-jarigen dat zegt zich vaker dan één keer per week somber te voelen -hoogst (=slechtst) scorende land: Italië; laagst (=best) scorende land: Finland

HBSC-gemiddelde is het gemiddelde van alle landen die deelnamen aan de HBSC 2013/2014 survey (hier zitten ook niet-EUEuropese unie-lidstaten bij). 

Gebruikte bron(nen): HBSC 2013/2014 survey (2). 
 

Figuur 3. Variatie in enkele indicatoren voor de sociale omgeving gerelateerd aan mentale gezondheid van jongeren in EU-landen, 2013/2014


Voetnoot: Meer informatie over welke landen het hoogst en het laagst scoren vindt u onder Lees meer

Lees meer

Gebruikte indicator(en): 
•    Percentage 15-jarigen dat hun klasgenoten aardig en behulpzame vindt
•    Percentage 15-jarigen dat zegt veel steun van familie te ervaren    
•    Percentage 15-jarigen dat zegt veel steun van peers/vrienden te ervaren
•    Percentage 15-jarigen dat dagelijks contact met vrienden heeft op sociale media

Jongens

  • Percentage 15-jarigen dat hun klasgenoten aardig en behulpzame vindt – hoogst (=best) scorende land: Nederland; laagst (=slechts) scorende land: Bulgarije
  • Percentage 15-jarigen dat zegt veel steun van familie te ervaren – hoogst (=best) scorende land: Hongarije; laagst (=slechts) scorende land: Ierland
  • Percentage 15-jarigen dat zegt veel steun van peers/vrienden te ervaren  – hoogst (=best) scorende land: Hongarije; laagst (=slechts) scorende land: Letland
  • Percentage 15-jarigen dat dagelijks contact met vrienden heeft op sociale media – hoogst (=best) scorende land: Luxemburg; laagst (=slechts) scorende land: Tsjechië

Meisjes

  • Percentage 15-jarigen dat hun klasgenoten aardig en behulpzame vindt – hoogst (=best) scorende land: Nederland; laagst (=slechts) scorende land: Bulgarije
  • Percentage 15-jarigen dat zegt veel steun van familie te ervaren – hoogst (=best) scorende land: Roemenië; laagst (=slechts) scorende land: Luxemburg
  • Percentage 15-jarigen dat zegt veel steun van peers/vrienden te ervaren  – hoogst (=best) scorende land: Hongarije; laagst (=slechts) scorende land: Letland
  • Percentage 15-jarigen dat dagelijks contact met vrienden heeft op sociale media – hoogst (=best) scorende land: Oostenrijk; laagst (=slechts) scorende land: Tsjechië

HBSC-gemiddelde is het gemiddelde van alle landen die deelnamen aan de HBSC 2013/2014 survey (hier zitten ook niet-EUEuropese unie-lidstaten bij). 

Gebruikte bron(nen): HBSC 2013/2014 survey (2).