De webartikelen in het onderdeel ‘Toekomstige ontwikkelingen’ van deze Synthese laten zien hoe onze volksgezondheid en zorg zich de komende 25 jaar ontwikkelen als we op de huidige voet door zouden gaan en niets extra’s zouden doen. Al deze ontwikkelingen samen geven een beeld van de opgaven waar we als maatschappij voor staan. Op basis van de uitkomsten van een vragenlijst zijn uit al deze ontwikkelingen drie opgaven geselecteerd, waarvoor in deze VTVIn de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) rapporteert het RIVM elke vier jaar over de ontwikkeling van de volksgezondheid in Nederland. handelingsopties zijn uitgewerkt; wat is er nodig om deze opgaven aan te pakken, en wie kan daarbij een rol spelen? De handelingsopties zijn uitgewerkt op basis van brede stakeholderbijeenkomsten. Dit webartikel vat de belangrijkste aanbevelingen van de stakeholders samen. Op basis van de handelingsopties voor de drie geselecteerde opgaven kunnen ook een aantal overkoepelende kansen en speerpunten voor beleid en maatschappij geïdentificeerd worden, en een aantal aandachtspunten voor de kennis- en innovatieagenda's

Kernboodschap

Complexe opgaven vragen om integrale aanpak, met inzet van veel verschillende partijen
Een aantal van de grote opgaven waar we voor staan zijn complex van aard, en kunnen het beste aangepakt worden met een integrale en persoonsgerichte aanpak. Dit vraagt inzet van veel verschillende partijen: van beleidsmakers, zorg- en volksgezondheidsprofessionals, onderzoekers, en burgers, én van maatschappelijke stakeholders zoals patiëntenorganisaties, gezondheidsfondsen, zorgverzekeraars, werkgevers, industrie, detailhandel en scholen. Daarnaast is brede samenwerking nodig: niet alleen tussen verschillende soorten zorgprofessionals, maar ook over de grenzen van volksgezondheid en zorg heen. Integraal beleid vergt naast lokaal initiatief óók samenwerking tussen ministeries, zeker als het gaat om de fysieke en sociale leefomgeving.

Handelingsopties voor een selectie van drie opgaven

In deze VTVIn de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) rapporteert het RIVM elke vier jaar over de ontwikkeling van de volksgezondheid in Nederland. zijn voor drie toekomstige opgaven handelingsopties uitgewerkt. De selectie van deze opgaven is gebaseerd op de uitkomsten van een vragenlijst, waarin aan burgers en professionals en studenten in het volksgezondheidsdomein is gevraagd welke ontwikkelingen uit het Trendscenario en de Themaverkenningen van deze VTV zij het meest urgent vinden. Meer informatie over de uitkomsten van deze vragenlijst vindt u hier. Voor de selectie zijn ook aanvullende criteria gebruikt. Meer informatie over de selectieprocedure vindt u hier. In onderstaande kadertekst hieronder vindt u de uiteindelijke selectie van de drie opgaven waarvoor handelingsopties zijn uitgewerkt. De handelingsopties zijn gebaseerd op de opbrengsten van brede stakeholderbijeenkomsten, en zijn een weergave van wat volgens stakeholders de belangrijkste actierichtingen zijn om met de opgaven om te gaan. Het zijn geen uitputtende overzichten van álle mogelijke acties en actierichtingen. Dit webartikel vat de belangrijkste aanbevelingen van de stakeholders samen.

Geselecteerde opgaven

Voor de volgende drie opgaven zijn in deze VTVIn de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) rapporteert het RIVM elke vier jaar over de ontwikkeling van de volksgezondheid in Nederland. handelingsopties en actierichtingen uitgewerkt: 

  • Hart- en vaatziekten en kanker blijven veelvoorkomende ziekten, die ook in 2040 nog het grootste deel van de sterfte veroorzaken, en een grote impact hebben op het leven van patiënten;
  • De groep zelfstandig wonende ouderen met dementie en andere complexe problemen wordt veel groter;
  • De mentale druk op jongeren en jongvolwassenen neemt toe, met mogelijke gevolgen voor hun psychische gezondheid.

Met kwetsbare groepen als specifiek aandachtspunt bij de uitwerking van alle drie de opgaven.

De handelingsopties voor deze opgaven vindt u hier.

Deze selectie is gebaseerd op de uitkomsten van een vragenlijst, waarin aan burgers en professionals en studenten in het volksgezondheidsdomein is gevraagd welke ontwikkelingen uit het Trendscenario en de Themaverkenningen van de VTV-2018 zij het meest urgent vinden. Behalve ontwikkelingen die gerelateerd zijn aan de drie hierboven beschreven opgaven, vonden deze groepen ook antibioticaresistentie en de stijgende zorguitgaven heel urgent. Hier zijn geen handelingsopties voor uitgewerkt, maar wel een verdiepende beschrijving van de toekomstige opgaven die deze ontwikkelingen met zich meebrengen.

Hart- en vaatziekten en kanker: inzetten op integrale preventie, andere zorg en beter omgaan met gevolgen chronische aandoeningen

Hart- en vaatziekten en kanker blijven tussen nu en 2040 veelvoorkomende aandoeningen. Beide ziektegroepen veroorzaken bovendien het grootste deel van de totale sterfte in Nederland, ook in 2040 (zie Trendscenario). Op basis van de opbrengsten van een brede stakeholderbijeenkomst over deze opgave, zijn drie maatschappelijke doelen voor het omgaan met deze opgave geformuleerd. Ten eerste is het belangrijk om te voorkomen dat mensen kanker of hart- en vaatziekten krijgen. Hierbij is een integrale aanpak van belang, die niet alleen gericht is op individuele leefstijlfactoren, maar tegelijkertijd ook op de sociale en fysieke leefomgeving. Ten tweede is het van belang dat als mensen toch ziek worden, ze goede zorg krijgen. Hierbij spelen verschillende ontwikkelingen een rol, zoals de opmars van genetische informatie en mogelijkheden voor zelfdiagnostiek, een snel veranderend zorglandschap en toenemende kennis over specifieke patiëntengroepen. Een derde doel is het beter omgaan met de gevolgen van chronische aandoeningen. Doordat steeds meer mensen deze aandoeningen overleven, zullen er meer mensen te maken hebben met langetermijneffecten. Het beter omgaan met de gevolgen van chronische aandoeningen wordt daardoor steeds belangrijker. Het gaat daarbij om zowel persoonlijke lichamelijke of psychische gezondheidsklachten, maar óók om de maatschappelijke gevolgen van de aandoening en behandeling, en om de rol van zelfmanagement. In onderstaande kadertekst vindt u de belangrijkste actierichtingen voor deze drie maatschappelijke doelen. De volledige uitwerking van de handelingsopties voor deze opgave vindt u hier.

Belangrijkste actierichtingen volgens geraadpleegde stakeholders voor drie maatschappelijke doelen voor de opgave over de hoge ziektelast van hart- en vaatziekten en kanker

Maatschappelijk doel: werken aan integrale preventie

  • Inzetten op integrale programma's, die zich richten zich op zowel leefstijl als de fysieke en sociale leefomgeving.
  • Meer werk maken van interdepartementale samenwerking, zeker als het gaat om aanpassingen in de fysieke en sociale leefomgeving.
  • Aandacht voor achterliggende sociale problematiek bij kwetsbare groepen.

Maatschappelijk doel: andere zorg door technische toepassingen en andere organisatievormen

  • Inzetten op het ontwikkelen van betrouwbare testen en mogelijkheden voor betere en snelle informatie-uitwisseling, om de mogelijkheden van zelfdiagnostiek en genetische testen goed te kunnen benutten.
  • Goed omgaan met spanningen tussen ethische en juridische overwegingen en zorginhoudelijke belangen bij genetische informatie via wet- en regelgeving en afspraken tussen verschillende partijen in de zorg.
  • Met alle betrokken partijen (patiënten, zorgverleners, zorginstellingen en de overheid) bepalen welke zorg thuis kan plaatsvinden en welke niet.
  • Verbeteren en uitbreiden structurele samenwerking tussen zorg- en welzijnsprofessionals, gemeenten en GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst-en om goed te kunnen inspelen op de zorgvraag van mensen met meerdere aandoeningen tegelijkertijd (multimorbiditeit).
  • Opschalen van de kennisontwikkeling over man/vrouw-verschillen in de uitingsvorm en behandeling van aandoeningen zoals hart- en vaatziekten en kanker, en het sneller doorvoeren van nieuwe inzichten hierover in de medische praktijk. 

Maatschappelijk doel: beter omgaan met de fysieke, mentale én maatschappelijke gevolgen van chronische aandoeningen

  • Meer aandacht voor de medische en sociale late effecten van kanker en hart- en vaatziekten; hiervoor is betrokkenheid van zorgprofessionals én van partijen buiten de zorg nodig, zoals werkgevers, onderwijsinstellingen, banken en verzekeraars.
  • Het aanleren van vaardigheden bij zowel patiënten als zorgverleners om goed om te kunnen gaan met zelfmanagement.
  • Ondersteunen van mensen die niet zelf de regie over hun zorgproces kunnen of willen nemen, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van een casemanager of organiseren van peer support.

 

Zelfstandig wonende ouderen: betere zorg en ondersteuning, een ouderenvriendelijke leefomgeving, en aandacht voor mantelzorgers

Het aantal ouderen in Nederland neemt tussen nu en 2040 fors toe. Dit heeft gevolgen voor de volksgezondheid. Ouderen hebben vaker dan jongeren meerdere chronische aandoeningen tegelijkertijd (multimorbiditeit). Vaak zijn dit ouderdomsziekten zoals dementie, artrose of diabetes. Bovendien hebben ouderen ook vaker van andere medische en sociale problemen, zoals incontinentie, vallen, polyfarmacie (het gebruik van meerdere geneesmiddelen tegelijkertijd) en eenzaamheid. Ouderen zullen tussen nu en 2040 vaak langer thuis wonen en ook vaker alleen (zie het Trendscenario  en de Themaverkenning over de zorgvraag). Op basis van de opbrengsten van een brede stakeholderbijeenkomst over deze opgave, zijn drie maatschappelijke doelen voor het omgaan met deze opgave geformuleerd. Ten eerste is het belangrijk om te zorgen voor betere zorg en ondersteuning voor de groep zelfstandig wonende ouderen met dementie en andere complexe problemen. Net als bij de opgave over hart- en vaatziekten en kanker is een integrale aanpak hier van belang: naast medische zorg gaat het immers ook vaak om welzijn en sociale ondersteuning. Een tweede maatschappelijk doel is zorgen voor een ouderenvriendelijke leefomgeving. Hierdoor kan een deel van de zorgvraag van ouderen in de eigen leefomgeving opgevangen worden. Een goede inrichting van de leefomgeving draagt ook bij aan preventie. Zelfstandig wonende ouderen ontvangen vaak mantelzorg. De druk op mantelzorgers is hoog, vooral voor mantelzorgers voor mensen met dementie. Het zorgen voor goede ondersteuning van mantelzorgers is daarom een derde belangrijk maatschappelijk doel. In onderstaande kadertekst vindt u de belangrijkste actierichtingen voor deze drie maatschappelijke doelen. De volledige uitwerking van de handelingsopties voor deze opgave vindt u hier.

Belangrijkste actierichtingen volgens geraadpleegde stakeholders voor drie maatschappelijke doelen voor de opgave over zelfstandig wonende ouderen met dementie en andere complexe problemen

Maatschappelijk doel: betere zorg en ondersteuning van zelfstandig wonende ouderen

  • Organiseer de zorg voor ouderen rond datgene wat ze nog wel kunnen en willen. Dit vraagt om integrale zorgnetwerken (zorg, welzijn, ondersteuning) rondom zelfstandig wonende ouderen met een onafhankelijke coördinator.
  • Ondersteun mensen die moeite hebben met het verwoorden van hun wensen en behoeften, zoals ouderen met een migratieachtergrond, ouderen met een cognitieve beperking en kwetsbare ouderen.
  • Wees als gemeente, zorgprofessional of zorgverzekeraar flexibel als ouderen zelf het initiatief nemen bij het organiseren van zorg in hun eigen omgeving. Dit soort burgerinitiatieven werken vaak buiten de bestaande kaders van zorg en welzijn.

Maatschappelijk doel: zorgen voor een ouderenvriendelijke leefomgeving

  • Houd rekening met wat er nodig is om gezond, veilig en prettig oud te worden bij het inrichten van de leefomgeving (steden, publieke ruimte, woningen).
  • Zorg voor een gebalanceerd beeld over ouderen en ouder worden: meer aandacht voor datgene wat ouderen nog wél kunnen is belangrijk bij het ouderenvriendelijk maken van de samenleving.

Maatschappelijk doel: goed zorgen voor mantelzorgers

  • Zorg voor meer ondersteuning van mantelzorgers. Het gaat hierbij om informatie en handvatten voor hoe om te gaan met moeilijke situaties, maar ook om sociale, materiële en financiële steun en het aanbieden van respijtzorg (dagbesteding en andere vormen van tijdelijke opvang).
  • Wees alert op 'vraagverlegenheid' bij mantelzorgers. Veel mantelzorgers hebben behoefte aan ondersteuning, maar vinden het lastig om hierom te vragen.  
  • Heb aandacht voor de zorgvraag van de mantelzorger zelf, die kan ontstaan door psychische en lichamelijke belasting.

Mentale druk op jongeren: kennisontwikkeling, mentaal gezond blijven, en acceptatie van psychische klachten

In de Themaverkenning over de zorgvraag wordt gesignaleerd dat jongeren en jongvolwassenen steeds meer prestatiedruk ervaren.  Dit heeft mogelijk gevolgen voor hun psychische gezondheid. Op basis van de opbrengsten van een brede stakeholderbijeenkomst over deze opgave, zijn drie maatschappelijke doelen voor het omgaan met deze opgave geformuleerd. De toenemende mentale druk op jongeren is een nieuw probleem, en daarom is er nog relatief weinig over bekend. Kennisontwikkeling is daarom een belangrijk eerste doel. Hierbij zijn zowel het ontwikkelen van heldere terminologie en een eenduidig begrippenkader, als het genereren van meer kennis over de stressoren en de achterliggende werkingsmechanismen van mentale druk van belang. Ook is het nodig om de mogelijkheden te verbeteren om mentale druk en mentale gezondheid goed te kunnen monitoren. Een tweede maatschappelijk doel is om jongeren en jongvolwassenen mentaal gezond te houden. Hierbij zijn zowel het versterken van kennis en vaardigheden om om te gaan met mentale druk, als het verminderen van drukfactoren in de omgeving (school, werk) van belang. Een derde maatschappelijk doel voor deze opgave is het tegengaan van stigmatisering. Dit is nodig om te zorgen dat jongeren en jongvolwassenen bij psychische problemen volwaardig mee kunnen blijven doen in de maatschappij. In onderstaande kadertekst vindt u de belangrijkste actierichtingen voor deze drie maatschappelijke doelen. De volledige uitwerking van de handelingsopties voor deze opgave vindt u hier.

Belangrijkste actierichtingen volgens geraadpleegde stakeholders voor drie maatschappelijke doelen voor de opgave over toenemende mentale druk op jongeren en jongvolwassenen

Maatschappelijk doel: kennisontwikkeling mentale druk

  • Ontwikkelen van eenduidig begrippenkader en heldere terminologie om begripsverwarring over mentale druk tegen te gaan.
  • Meer kennis ontwikkelen over de stressoren en achterliggende werkingsmechanismen die mentale druk en psychische problemen bij jongeren en jongvolwassenen veroorzaken.
  • Monitoren van mentale gezondheid bij jongeren en jongvolwassenen met vergelijkbare data om zicht op aard en omvang van het probleem te krijgen.
  • Ontwikkelen van meer praktijkkennis over wat wel en niet werkt en ervaringsdeskundigen hierbij betrekken.

Maatschappelijk doel: mentaal gezond blijven

  • Aanbod vergroten van interventies gericht op het versterken van vaardigheden van jongeren en jongvolwassenen om met drukfactoren om te gaan en mentaal gezond te blijven.
  • Doorvoeren van aanpassingen in de leeromgeving, zoals inzet op studentenwelzijn in hoger onderwijs en gezonde middelbare scholen.
  • Meer inzetten op mentale gezondheidsbevordering bij jonge werknemers in de werksetting, met specifieke aandacht voor persoonlijke ontwikkeling en groei.
  • Inzetten op vroegsignalering en ondersteuning op plekken waar jongeren en jongvolwassen komen en een passend (integraal) aanbod bieden met interventies vanuit welzijn en zorg.

Maatschappelijk doel: acceptatie van psychische klachten

  • Tegengaan van stigmatisering van psychische klachten door communicatie-activiteiten, zoals landelijke en lokale campagnes en voorlichting.
  • Inzetten van ervaringsdeskundigen om de drempel om hulp te zoeken voor jongeren met psychische klachten zo laag mogelijk te maken.
  • Blijven inzetten op een inclusieve samenleving waarin jongeren en jongvolwassen met psychische klachten volwaardig mee kunnen (blijven) doen.

Complexe problemen vragen om een integrale en persoonsgerichte aanpak…

De drie opgaven waarvoor handelingsopties zijn uitgewerkt in deze VTVIn de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) rapporteert het RIVM elke vier jaar over de ontwikkeling van de volksgezondheid in Nederland. zijn complex van aard. Ze hebben meerdere oorzaken en zijn discipline- en domein-overstijgend. De handelingsopties voor de opgave over zelfstandig wonende ouderen bijvoorbeeld maken duidelijk dat de medische en sociale problemen waar een deel van deze ouderen mee kampen, opgevangen moeten worden met een combinatie van formele en informele zorg en ondersteuning. Dit vraagt de inzet van verschillende disciplines (zoals (huis)artsen, wijkverpleegkundigen, welzijnsprofessionals en mantelzorgers) en domeinen (zoals medische zorg, sociale ondersteuning, en ruimtelijke ordening). Bij de opgave over toenemende druk op jongeren en jongvolwassenen is ook een brede aanpak nodig, waarbij onder andere onderwijsinstellingen, zorgverleners en werkgevers een rol hebben, en ingezet wordt op verschillende aspecten, zoals het verbeteren van de weerbaarheid van jongeren, het verminderen van druk in de omgeving en laagdrempelige en adequate zorg. Om een gezonde leefstijl te bevorderen ter preventie van hart- en vaatziekten en kanker zijn interventies nodig zich niet alleen richten op persoonlijke leefstijlfactoren, maar tegelijkertijd ook op de sociale en fysieke leefomgeving. En bij de groep mensen met hart- en vaatziekten en kanker spelen naast lichamelijke en psychische gezondheidsklachten vaak ook problemen met relaties en werk. Complexe problemen vragen dus om een integrale aanpak, waarbij de behoeften en wensen van mensen centraal staan. Dit is een in het oog springende rode draad door de handelingsopties heen.

…en brede betrokkenheid van maatschappelijke stakeholders, ook over grenzen volksgezondheid heen

De handelingsopties laten zien dat er een breed scala aan betrokken partijen is die zouden kunnen bijdragen aan het omgaan met de toekomstige opgaven waar we voor staan. Het gaat hierbij niet alleen om beleidsmakers, zorg- en volksgezondheidsprofessionals, onderzoekers en burgers, maar ook om allerlei andere maatschappelijke organisaties en partijen, zoals patiëntenorganisaties, gezondheidsfondsen, zorgverzekeraars, werkgevers, industrie, detailhandel en scholen. Een belangrijke notie die uit de handelingsopties naar voren komt, is het belang van samenwerking over de grenzen van de volksgezondheid en zorg heen. Voor een gezonde toekomst zijn een gezonde omgeving, school en werkplek namelijk van groot belang. Om dit voor elkaar te krijgen is een interdepartementale aanpak nodig, waarin niet alleen het ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, maar ook andere ministeries zich samen inspannen voor een betere volksgezondheid, zoals de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Economische Zaken en Klimaat; Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; Financiën; Infrastructuur en Waterstaat; Binnenlandse Zaken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De handelingsopties maken duidelijk dat, naast lokale en regionale samenwerking, er ook een interdepartementale aanpak nodig is om de complexe problemen waar we voor staan het hoofd te kunnen bieden.