Leeswijzer

Dit webartikel is gebaseerd op het Trendscenario en de Themaverkenningen. De onderbouwing voor de hier gepresenteerde teksten, cijfers en figuren kunt u in deze onderdelen vinden, tenzij anders aangegeven. Het Trendscenario en de Themaverkenningen geven een beeld van hoe onze volksgezondheid en zorg zich de komende 25 jaar ontwikkelen als we op de huidige voet door zouden gaan en niets extra’s zouden doen. Op deze manier kunnen de maatschappelijke opgaven voor de toekomst in kaart gebracht worden.

Kernboodschap

Meer gezondheid maar ook meer ziekte
De levensverwachting stijgt van 81,5 jaar in 2015 naar bijna 86 jaar in 2040. Nagenoeg alle jaren die we er bij krijgen zijn in goede ervaren gezondheid. Ook gaan we niet meer beperkingen ervaren. Wél stijgt het aantal mensen met een chronische aandoening. We worden steeds ouder doordat mensen vaker aandoeningen zoals hart- en vaatziekten en kanker overleven, onder meer door betere behandelingen. Dit is, naast de vergrijzing, een belangrijke oorzaak voor de sterke toename van dementie als doodsoorzaak. Doordat steeds minder mensen overlijden aan hart- en vaatziekten en kanker, hebben steeds meer mensen te maken met de langetermijngevolgen ervan.

Ondanks de vergrijzing voelen we ons niet ongezonder

De levensverwachting stijgt van 81,5 jaar in 2015 naar bijna 86 jaar in 2040. Steeds meer mensen bereiken in de toekomst een hoge leeftijd. De keerzijde van deze gunstige ontwikkelingen is dat er steeds meer mensen met chronische aandoeningen zullen komen. Ondanks deze toename voelen we ons in de toekomst even gezond en ervaren we niet meer beperkingen. Zowel in 2015 als in 2040 voelt bijna 80 procent van de bevolking zich gezond, en ervaart ongeveer 86 procent geen beperkingen in activiteiten. Deze percentages liggen voor ouderen wat lager, maar ook ouderen gaan zich in de toekomst niet ongezonder of beperkter voelen. Het percentage ouderen dat zich gezond voelt, is in 2040 zelfs licht gestegen. Dit geldt ook voor het percentage ouderen dat geen beperkingen ervaart.

Het hebben van een chronische aandoening wil dus niet meteen zeggen dat mensen daardoor ook gehinderd worden in hun dagelijkse functioneren. De meerderheid van de mensen met een chronische aandoening voelt zich gezond en niet beperkt in het uitvoeren van activiteiten op het gebied van zien, horen en bewegen. Het hebben van een chronische aandoening betekent ook niet altijd dat mensen hiervoor regelmatig zorg gebruiken. Van de mensen met een chronische aandoening heeft 65 procent het afgelopen jaar hiervoor contact gehad met de huisarts.

Nauwelijks meer jaren zonder aandoeningen, wel meer jaren in goede gezondheid

Zowel de totale levensverwachting als de levensverwachting in goede ervaren gezondheid stijgen tussen 2015 en 2040 met ongeveer vier jaar. Dit betekent dat nagenoeg alle jaren die we er tot 2040 bij krijgen in goede ervaren gezondheid zijn. Ook krijgen we er ongeveer vijf jaar zonder beperkingen bij. Het aantal jaren zonder chronische aandoeningen neemt maar met ongeveer een half jaar toe tussen nu en 2040. Ondanks dat we er nauwelijks ziektevrije jaren bij krijgen, krijgen we er dus wel een aantal jaren in goede gezondheid en zonder beperkingen bij.

Veranderingen in vóórkomen van aandoeningen; meer ouderdomsziekten

Door de vergrijzing zal het vóórkomen van ouderdomsziekten toenemen. Ouderdomsziekten zijn aandoeningen die vaker bij ouderen voorkomen dan bij jongere leeftijdsgroepen. Voorbeelden zijn: artrose, gezicht- en gehoorstoornissen, diabetes, kanker, hart- en vaatziekten en dementie. Dementie kan door verschillende aandoeningen veroorzaakt worden. Sommigen daarvan vallen onder de categorie aandoeningen van het zenuwstelsel, en sommigen onder psychische aandoeningen. Andere psychische aandoeningen, zoals depressie en angststoornissen, komen voor onder alle leeftijdsgroepen. De vergrijzing heeft daarom veel minder effect op het vóórkomen hiervan. Toch blijven deze aandoeningen, net als nu, in de toekomst veel ziektelast veroorzaken, vooral bij jongvolwassenen. Bij ouderen veroorzaken aandoeningen als kanker, hart- en vaatziekten en dementie veel ziektelast. In absolute zin neemt de ziektelast sterk toe met de leeftijd (zie figuur).

Lees meer

Gebruikte indicator(en): Ziektelast in 2040 naar ICD-hoofdgroep voor 5-jaarsleeftijdsklassen, met dementie apart weergegeven. Ziektelast in Disability Adjusted Life Years (DALY’s), een maat voor gezonde levensjaren die verloren gaan door ziekte (ziektejaarequivalenten) en vroegtijdig overlijden (verloren levensjaren). Onder dementie vallen de ICD codes F01-F03, G30. Deze vallen onder de hoofdgroepen zenuwstelsel (Alzheimer) en psychische stoornissen (onder meer vasculaire dementie). Onder de categorie Overig zijn de overige ICD-hoofdgroepen samengenomen (onder andere bloedziekten, huidziekten, zwangerschap, bevalling en kraambed, aangeboren afwijkingen, perinatale aandoeningen).

Gebruikte bron(nen): Ziektelast berekend door het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu op basis van verschillende bronnen. 

Meer informatie

Aandeel van kanker en hart- en vaatziekten in de totale sterfte neemt af

Er zijn ook verschuivingen in doodsoorzaken te zien. Door betere overleving neemt het aandeel van kanker en hart- en vaatziekten in de totale sterfte af, terwijl deze aandoeningen in 2040 wel veel vaker voor zullen komen. Dit is, naast de vergrijzing, ook een oorzaak voor de scherpe toename van dementie als doodsoorzaak in de toekomst (zie webartikel De impact van de vergrijzing). Hoewel mensen dus steeds vaker hart- en vaatziekten en kanker zullen overleven, veroorzaken deze twee ziektegroepen in de toekomst nog steeds het meeste verlies aan levensverwachting. Het verlies aan levensjaren door hart- en vaatziekten is in 2040 ongeveer de helft van wat het in 2015 was. Bij kanker is dit verschil veel kleiner. Het verlies in gezonde jaren door ziekte blijft ook in 2040 groot bij hart- en vaatziekten. Dit is ongeveer drie jaar. Psychische stoornissen en aandoeningen aan het bewegingsstelsel (onder meer artrose) veroorzaken een ongeveer even groot verlies aan gezonde jaren (zie figuur).

Verlies (gezonde) levensverwachting door groepen van aandoeningen

 

Bron: RIVM

Lees meer

Gebruikte indicator(en): Health-Adjusted Life expectancy (HALE) naar ICD-hoofdgroep (selectie), in 2015 en 2040. HALE is een maat voor gezonde levensverwachting die verloren gaat door ziekte (ziektejaarequivalenten), en vroegtijdig overlijden (verloren levensjaren).

Gebruikte bron(nen): HALE berekend door RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu op basis van verschillende bronnen.

Meer informatie

  • Methoden en achtergronden bij de Synthese

Grote relatieve toename in sterfte door privéongevallen en infecties

Andere opvallende verschuiven in doodsoorzaken tussen nu en 2040 zijn een grote relatieve toename van sterfgevallen ten gevolge van uitwendige oorzaken en infecties (zie figuur). De stijging in sterfte door uitwendige oorzaken komt vooral door een toename van privéongevallen. Zowel de stijging van sterfte door privéongevallen als door infectieziekten zijn voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de vergrijzing.

Lees meer

Gebruikte indicator(en): Relatieve verandering in sterfte tussen 2015 en 2040 voor ICD-hoofdgroepen met meer dan 3 duizend doden in 2015. Ziekten van het urogenitale stelsel zijn ziekten van het urinewegstelsel en de voortplantingsorganen. In de grafiek staan tussen haakjes de absolute aantallen sterfgevallen in 2015, afgerond op duizendtallen.

Gebruikte bron(nen): CBS doodsoorzakenstatistiek , gegevens bewerkt door RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Meer informatie

Betere overleving heeft ook gevolgen voor het leven van (ex-)patiënten

Betere overleving heeft ook een effect op de gevolgen van aandoeningen. Door steeds betere overleving bij bepaalde vormen van kanker bijvoorbeeld, zijn er steeds meer mensen die met de langetermijngevolgen van de ziekte en de behandeling leven. Zo kampen veel (ex-)kankerpatiënten met concentratieverlies, chronische vermoeidheid en zenuwpijn. Ook komen angst en depressie vaker voor bij mensen die kanker hebben of hebben gehad. Dit heeft niet alleen een effect op de zorgvraag, maar ook op het leven de (ex-)patiënten zelf en hun omgeving. Zo hebben volwassenen vaker te maken met relatieproblemen, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid, terwijl bij kinderen schoolprestaties achter blijven.