Aandoeningen

Welke aandoeningen hebben we in de toekomst?

In dit onderdeel van het Trendscenario wordt verkend met welke aandoeningen we in de toekomst te maken hebben. Hoeveel mensen hebben in 2040 één of meerdere chronische aandoeningen? En welke aandoeningen komen dan het meest voor, en welke nemen het meest toe? Hoe verandert de ziektelast de komende 25 jaar? Wat gebeurt er op het gebied van infectieziekten? Het Trendscenario heeft tot doel om toekomstige maatschappelijke opgaven voor volksgezondheid en zorg te identificeren. Het Trendscenario is geen voorspelling, maar een verkenning van mogelijke ontwikkelingen tussen nu en 2040. Het gaat uit van het voortzetten van de historische trends zonder dat er nieuw beleid wordt ingezet. In de projecties is rekening gehouden met toekomstige groei van de bevolkingsomvang en veranderingen in de leeftijdssamenstelling van de bevolking (vergrijzing). Daar waar relevant en mogelijk zijn ook toekomstige veranderingen meegenomen in het vóórkomen van bijvoorbeeld aandoeningen en determinanten. Het Trendscenario is gebaseerd op veronderstellingen over hoe trends zich zullen voortzetten in de komende 25 jaar. Hoe deze zich precies zullen ontwikkelen, is echter onzeker. Het Trendscenario laat slechts één van de mogelijke toekomstscenario’s zien. In het achtergronddocument over de methoden vindt u meer informatie over de onzekerheden rondom de projecties.

De belangrijkste ontwikkelingen in het Trendscenario

Vraag 1: Hoeveel mensen hebben in de toekomst een chronische aandoening?

  1. In 2015 had 50 procent van de mensen minimaal één chronische aandoening; in 2040 is dat 54 procent.
  2. Eén op de drie Nederlanders heeft dan twee of meer chronische aandoeningen, en bijna één op de vijf drie of meer.
  3. Niet alle mensen met een chronische aandoening gaan ieder jaar naar de huisarts, en de meerderheid voelt zich gezond en niet beperkt.

Vraag 2: Welke aandoeningen komen straks het meest voor?

  1. Net als in 2015 komen in 2040 nek- en rugklachten, artrose en diabetes het meeste voor.
  2. Artrose en diabetes behoren ook tot de grootste stijgers in aantal; daarnaast zal het aantal mensen met gezichtsstoornissen en coronaire hartziekten sterk toenemen tot 2040.

Vraag 3: Welke aandoeningen veroorzaken in 2040 de meeste ziektelast?

  1. In 2040 zijn kanker, hart- en vaatziekten en psychische stoornissen de diagnosegroepen die de meeste ziektelast veroorzaken.
  2. Van de specifieke aandoeningen veroorzaken dementie en artrose de grootste toename in ziektelast tot 2040, en dementie wordt daarmee de grootste oorzaak.
  3. Ondanks dat er nauwelijks mensen overlijden aan stemmings- en angststoornissen, veroorzaken deze aandoeningen wel veel ziektelast.

Vraag 4: Welke trends in infectieziekten zijn er?

  1. Risico op mazelenuitbraken neemt toe met dalende vaccinatiegraad.
  2. Antibioticaresistentie is een belangrijke dreiging voor de wereldwijde volksgezondheid.

Hoeveel mensen hebben in de toekomst een chronische aandoening?

Door de bevolkingsgroei en de vergrijzing stijgt het percentage mensen dat bij de huisarts geregistreerd staat met één of meerdere chronische aandoeningen in het Trendscenario van 50 procent (8,5 miljoen) in 2015 naar 54 procent (9,8 miljoen) in 2040. Als naast chronische ook langdurige aandoeningen worden meegeteld, stijgt het aantal mensen met minimaal één chronische of langdurige aandoening van 11 miljoen in 2015 naar 12 miljoen in 2040. Het percentage mensen dat een enkele chronische aandoening heeft, daalt licht van 25 procent in 2015 naar ruim 23 procent in 2040. Het percentage mensen met meer dan één chronische aandoening neemt dus toe (zie volgende grafiek). Deze cijfers zijn een weergave van de mensen die ooit een registratie van een chronische ziekte in hun huisartsendossier hebben gehad. Ze geven geen informatie over de hoeveelheid zorg die mensen gebruiken voor hun aandoeningen of hoe gezond of beperkt mensen zich voelen.

Gebruikte indicator(en): Percentage mensen dat bij de huisartsenpraktijk geregistreerd staat met minimaal één chronische aandoening op 1 januari van het betreffende jaar (puntprevalentie).

Gebruikte bron(nen): NIVEL Zorgregistraties eerste lijn, gegevens bewerkt door RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Meer informatie:

Door de vergrijzing is er in het Trendscenario een toename van het percentage mensen met meerdere aandoeningen (multimorbiditeit). Ouderen hebben namelijk vaker dan jongeren meerdere aandoeningen tegelijk. Het percentage mensen dat bij de huisarts geregistreerd staat met twee of meer chronische aandoeningen neemt toe van bijna 25 procent (4,3 miljoen mensen) in 2015 naar 30 procent (5,5 miljoen) in 2040. Deze toename komt grotendeels voor rekening van de groep met drie of meer chronische aandoeningen. Voor deze groep zijn de percentages 14 procent (2,4 miljoen mensen) in 2015 en 18 procent (3,3 miljoen mensen) in 2040. In 2015 had 50 procent van de Nederlanders geen chronische aandoening. Dit percentage daalt tot 46 procent in 2040. Zowel in 2015 als 2040 zijn dit 8,4 miljoen mensen; omdat de bevolking groeit, blijft het absolute aantal gelijk, ondanks het dalende percentage.



Gebruikte indicator(en): Percentage mensen dat bij de huisartsenpraktijk geregistreerd staat naar aantal chronische aandoeningen op 1 januari van het betreffende jaar (puntprevalentie).

Gebruikte bron(nen): NIVEL Zorgregistraties eerste lijn, gegevens bewerkt door RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Meer informatie:

 

Niet alle mensen met een chronische aandoening gaan ieder jaar naar de huisarts en de meerderheid voelt zich gezond en niet beperkt



Slechts een deel van de mensen die geregistreerd staan met een chronische aandoening, bezoekt daarvoor de huisarts. Op 1 januari 2015 stond bij 8,5 miljoen mensen één of meer chronische aandoeningen vermeld in het huisartsendossier. Hiervan hadden 5,5 miljoen mensen in 2015 contact met hun huisarts voor die chronische aandoening(en). Er waren in 2015 ongeveer 1,35 miljoen mensen met een chronische aandoening die ook beperkingen in het functioneren en een minder goede gezondheid ervaarden. Dit is 16 procent van de mensen met een chronische aandoening. De meerderheid van de mensen met een chronische aandoening voelt zich wel gezond en niet beperkt ( 59 procent). De rest van de mensen met een chronische aandoening voelt zich óf ongezond óf beperkt.

Gebruikte indicator(en): Aantal mensen dat bij de huisartsenpraktijk geregistreerd staat met minimaal één chronische aandoening op 1 januari 2015 (puntprevalentie), aantal mensen dat in 2015 contact heeft gehad met huisarts voor een chronische aandoening (zorgprevalentie), aantal mensen met een chronische aandoening, beperkingen en een minder goed ervaren gezondheid.

Gebruikte bron(nen): NIVEL Zorgregistraties eerste lijn;  Gezondheidsmonitor Volwassenen, GGD’en, CBS en RIVM, 2012.

Meer informatie:

 

In 2040 heeft ruim de helft van de mensen minimaal één chronische aandoening

Welke aandoeningen komen straks het meest voor?

In het Trendscenario lijkt de toekomstige top tien van meest voorkomende aandoeningen op de huidige top tien. Net als in 2015 zijn de meest voorkomende aandoeningen in 2040 artrose, nek- en rugklachten en diabetes. De meeste van de aandoeningen in de grafiek zijn ouderdomsziekten. Door de vergrijzing neemt hun vóórkomen daarom toe in het Trendscenario. De toename in artrose wordt ook veroorzaakt door het voortzetten van een stijgende trend in het vóórkomen ervan uit het verleden. Angststoornissen hangen niet samen met leeftijd. De toename van angststoornissen is daarom relatief laag. Veel van de aandoeningen in de top tien hangen ook samen met leefstijl. De invloed van mogelijk nieuwe toekomstige ontwikkelingen in leefstijl is echter niet in deze projectie meegenomen; deze zouden het vóórkomen van aandoeningen in de toekomst dus nog kunnen beïnvloeden. Deze ranglijst is gebaseerd op een selectie van 59 belangrijke ziekten. Er is hier alleen gekeken naar het vóórkomen van aandoeningen en niet naar de ernst ervan. Aandoeningen die ook veel voorkomen in 2040 maar buiten de top 10 vallen zijn bijvoorbeeld beroerte, stemmingsstoornissen en dementie.



Gebruikte indicator(en): Het aantal mensen in 2015 en 2040 met een bepaalde aandoening. Het aantal mensen met een bepaalde aandoening wordt op verschillende manieren geoperationaliseerd, afhankelijk van de aard van de aandoening (jaarincidentie, jaarprevalentie, 10-jaarsprevalentie). 

Gebruikte bron(nen): Voor het operationaliseren van het aantal mensen met een bepaalde aandoening zijn verschillende bronnen gebruikt t.w. NIVEL Zorgregistraties eerste lijnNEMESISNederlandse Kanker RegistratieLetsel Informatie Systeem. 

Meer informatie:

 

Doordat we tegelijkertijd te maken krijgen met een groei van de bevolking en de vergrijzing, komen in het Trendscenario de meeste aandoeningen in 2040 vaker voor dan in 2015. Artrose, gezichtsstoornissen en diabetes stijgen het meest in aantal. In 2040 zijn er bijvoorbeeld ruim een miljoen mensen meer met artrose dan in 2015. Naast de vergrijzing komt deze grote stijging van artrose ook, doordat de stijgende historische trend is doorgetrokken naar de toekomst. Deze is mogelijk te verklaren door een toename in overgewicht in de bevolking. Het aantal mensen met dementie neemt toe van 154.000 in 2015 tot 330.000 in 2040 (niet in grafiek). Hoewel de stijging in het vóórkomen van sommige andere aandoeningen groter is, is dementie wel de aandoening die de grootste toename in ziektelast tot 2040 veroorzaakt. Net als in de vorige grafiek is deze ranglijst gebaseerd op een selectie van 59 belangrijke aandoeningen.

Gebruikte indicator(en):  Top twintig van aandoeningen met de grootste absolute toename in vóórkomen tussen 2015 en 2040. Het aantal mensen met een bepaalde aandoening wordt op verschillende manieren geoperationaliseerd, afhankelijk van de aard van de aandoening (jaarincidentie, jaarprevalentie, 10-jaarsprevalentie).

Gebruikte bron(nen): Voor het operationaliseren van het aantal mensen met een bepaalde aandoening zijn verschillende bronnen gebruikt t.w. NIVEL Zorgregistraties eerste lijnNEMESISNederlandse Kanker RegistratieLetsel Informatie Systeem. 

Meer informatie:

 

Ook in 2040 zijn ouderdomsziekten de meest voorkomende aandoeningen

Welke aandoeningen veroorzaken in 2040 de meeste ziektelast?

Net als in 2015 zijn nieuwvormingen en ziekten van het hartvaatstelsel de diagnosegroepen die in 2040 de meeste ziektelast veroorzaken. Onder nieuwvormingen vallen goedaardige en kwaadaardige nieuwvormingen (kanker). De ziektelast wordt uitgedrukt in DALY’s (Disability-Adjusted Life Years), een maat voor gezonde levensjaren die verloren gaan door ziekte (ziektejaarequivalenten) of vroegtijdig overlijden (verloren levensjaren). De diagnosegroep psychische stoornissen heeft in 2040 de derde plek overgenomen van ziekten van het bewegingsstelsel. De stijging in de periode 2015-2040 voor psychische stoornissen en ziekten van het zenuwstelsel en zintuigen komt vooral door een grote stijging in de sterfte aan dementie. Er zijn verschillende vormen van dementie en deze vallen onder psychische stoornissen dan wel aandoeningen van het zenuwstelsel en zintuigen.

Deze resultaten zijn per juni 2018 aangepast, omdat er verbeterde cijfers voor ziektelast beschikbaar zijn gekomen.



Gebruikte indicator(en): Ziektelast naar ICD-hoofdgroep. Ziektelast in Disability Adjusted Life Years (DALY’s), een maat voor gezonde levensjaren die verloren gaan door ziekte (ziektejaarequivalenten) of vroegtijdig overlijden (verloren levensjaren).

Gebruikte bron(nen): Ziektelast berekend door RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu op basis van verschillende bronnen. 

Sinds de oorspronkelijke publicatie van de cijfers over ziektelast in het Trendscenario in juni 2017, zijn verbeterde cijfers beschikbaar gekomen. Deze verbeterde cijfers zijn in juni 2018 in het Trendscenario verwerkt. Er is nu gecorrigeerd voor multimorbiditeit (het vóórkomen van meerdere aandoeningen tegelijk). Vergeleken met de oorspronkelijke cijfers is de rangorde van diagnosegroepen hierdoor veranderd.

Meer informatie:

 

In het Trendscenario domineren in 2040 dezelfde aandoeningen de top 10 van aandoeningen die de meeste ziektelast veroorzaken als in 2015. In 2040 staat dementie bovenaan in de ranglijst. Coronaire hartziekten en artrose zijn de tweede en derde grootste veroorzakers van ziektelast in 2040. Deze ranglijst is gebaseerd op een selectie van 59 belangrijke aandoeningen. Hoewel de aandoeningen in de top 10 niet veranderen, vinden wel wat verschuivingen plaats. Het meest opvallend is de sterke toename van de ziektelast veroorzaakt door dementie en artrose. Voor dementie wordt dit vooral verklaard door een grote stijging in de sterfte en voor artrose wordt dit verklaard door een grote stijging in het vóórkomen ervan.

Deze resultaten zijn per juni 2018 aangepast, omdat er verbeterde cijfers voor ziektelast beschikbaar zijn gekomen.

Gebruikte indicator(en): Top 10 in 2015 en 2040 van aandoeningen met de hoogste ziektelast, gebaseerd op een selectie van 59 aandoeningen. Ziektelast in Disability Adjusted Life Years (DALY’s), een maat voor gezonde levensjaren die verloren gaan door ziekte (ziektejaarequivalenten) of vroegtijdig overlijden (verloren levensjaren).

Gebruikte bron(nen): Ziektelast berekend door RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu op basis van verschillende bronnen. 

Sinds de oorspronkelijke publicatie van de cijfers over ziektelast in het Trendscenario in juni 2017, zijn verbeterde cijfers beschikbaar gekomen. Deze verbeterde cijfers zijn in juni 2018 in het Trendscenario verwerkt. Er is nu gecorrigeerd voor multimorbiditeit (het vóórkomen van meerdere aandoeningen tegelijk). Hierdoor is de rangorde van aandoeningen veranderd.

Meer informatie:

De DALY (Disability-Adjusted Life Year) is een maat voor gezonde levensjaren die verloren gaan door ziekte (ziektejaarequivalenten) of vroegtijdig overlijden (verloren levensjaren). In de grafiek staan de aandoeningen die in 2040 de meeste ziektelast veroorzaken. Voor de meeste hiervan wordt het grootste deel van de ziektelast veroorzaakt door verlies aan gezonde jaren door ziekte. Voor bijvoorbeeld angst- en stemmingsstoornissen is dat nagenoeg 100 procent. Bij longkanker wordt bijna alle ziektelast door vroegtijdig overlijden veroorzaakt; slechts 3 procent van het totaal aantal DALY’s voor longkanker wordt in 2040 veroorzaakt door verlies aan gezonde jaren door ziekte. Ook bij dementie wordt een relatief groot deel van de ziektelast veroorzaakt door vroegtijdige sterfte (72 procent). Net als in de vorige grafiek is deze ranglijst gebaseerd op een selectie van 59 belangrijke aandoeningen.

Deze resultaten zijn per juni 2018 aangepast, omdat er verbeterde cijfers voor ziektelast beschikbaar gekomen zijn.



Gebruikte indicator(en): Top 10 in 2040 van aandoeningen met de hoogste ziektelast, gebaseerd op een selectie van 59 aandoeningen. Ziektelast in Disability Adjusted Life Years (DALY’s), een maat voor gezonde levensjaren die verloren gaan door ziekte (ziektejaarequivalenten) of vroegtijdig overlijden (verloren levensjaren).

Gebruikte bron(nen): Ziektelast berekend door RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu op basis van verschillende bronnen. 

Sinds de oorspronkelijke publicatie van de cijfers over ziektelast in het Trendscenario in juni 2017, zijn verbeterde cijfers beschikbaar gekomen. Deze verbeterde cijfers zijn in juni 2018 in het Trendscenario verwerkt. Er is nu gecorrigeerd voor multimorbiditeit (het vóórkomen van meerdere aandoeningen tegelijk). Hierdoor zijn de resultaten voor de YLD lager.

Meer informatie:

 

In 2040 veroorzaakt dementie de meeste ziektelast

Welke trends in infectieziekten zijn er?

De vaccinatiegraad voor bof, mazelen en rode hond (BMR) vertoont een licht dalende trend. De norm van 95% van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), nodig voor de eliminatie van mazelen, wordt in Nederland nu ook voor de eerste BMR-vaccinatie niet meer gehaald (zie figuur). De adviesleeftijd voor de eerste BMR-vaccinatie is 14 maanden en voor de tweede 9 jaar. Een hoge vaccinatiegraad zorgt er voor dat kwetsbare (nog) niet gevaccineerde kinderen tegen mazelen worden beschermd (groepsbescherming). Een dalende vaccinatiegraad vergroot het risico op toekomstige uitbraken. Dit risico is het grootst voor mazelen omdat dit een zeer besmettelijke ziekte is, met kans op ernstige gevolgen. Eenzelfde lichte daling is zichtbaar voor andere vaccinaties in het Rijksvaccinatieprogramma. Er is sprake van een algehele daling, die zichtbaar is in alle GGD-regio’s (niet in figuur). Waarschijnlijk spelen meerdere oorzaken hierbij een rol.

Gebruikte indicator(en): Vaccinatiegraad eerste en tweede BMRBof, mazelen, rodehond-vaccinatie op 2- en 10-jarige leeftijd (adviesleeftijd 14 maanden en 9 jaar)

Gebruikte bron(nen): RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-DVP; nationale vaccinatieregister Præventis.

Meer informatie:

Antibioticaresistentie is een belangrijke dreiging voor de wereldwijde volksgezondheid



Wereldwijd ontwikkelen steeds meer bacteriën resistentie tegen antibiotica. Dat betekent dat sommige infecties slecht, of soms helemaal niet meer, kunnen worden behandeld. Dat kan in de toekomst een extra groot gezondheidsrisico met zich meebrengen. Door het antibioticagebruik terug te brengen, kan de verspreiding van resistente bacteriën mogelijk verminderd worden. Ook is het belangrijk om nieuwe antibiotica te blijven ontwikkelen om infecties met resistente bacteriën te kunnen blijven genezen.

De aanpak tegen antibioticaresistentie richt zich op de terreinen zorg, veehouderij, voedsel en milieu. Dit heet de ‘One Health’ benadering. Daarbij ligt het zwaartepunt bij de zorg (met name kwetsbare mensen) en de veehouderij. Op ieder terrein worden specifieke maatregelen genomen. Zo is het antibioticagebruik door mensen de afgelopen jaren stabiel gebleven in Nederland. In de veehouderij is het antibioticagebruik de afgelopen zeven jaar zelfs met meer dan 60% afgenomen. Het aantal resistente bacteriën dat bij mensen wordt aangetroffen is de afgelopen jaren stabiel gebleven in Nederland. Dat is echter in veel landen niet het geval (zie kaart voor een voorbeeld). Omdat antibioticaresistentie zich niet aan landsgrenzen houdt, is internationale samenwerking daarom prioriteit.



Gebruikte indicator(en):  Percentage isolaten van Klebsiella pneumoniae dat positief is getest voor carbapenemresistentie (dit betreft het aantal positieve isolaten van het aantal geteste isolaten van patiënten). Carbapenem is een antibioticum.

Gebruikte bron(nen): ECDC  Surveillance Atlas.

Meer informatie:

Antibioticaresistentie en dalende vaccinatiegraad zijn risico's voor de volksgezondheid

Leefstijl

Miniatuurvoorbeeld

Hoe (on)gezond leven we in de toekomst?

Home

Terug naar de landingspagina voor de overige onderdelen van het Trendscenario

Zorguitgaven

Miniatuurvoorbeeld

Hoe ontwikkelen de zorguitgaven zich in de toekomst?

Dit Trendscenario is een van de onderdelen van de  VTVIn de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) rapporteert het RIVM elke vier jaar over de ontwikkeling van de volksgezondheid in Nederland.-2018. In 2017 zijn ook drie Themaverkenningen over de Zorgvraag van de toekomst, Technologie en Bredere determinanten van gezondheid gepubliceerd. In juni 2018 is de VTV-2018 gecompleteerd met een deel over Handelingsopties voor een selectie van urgente opgaven, en een Synthese met kernboodschappen.

Het VTV-Trendscenario gaat over de toekomst. Cijfers en informatie over historische trends en de huidige stand van zaken kunt u vinden op de websites de Staat van Volksgezondheid en Zorg en Volksgezondheidenzorg.info.