Milieukwaliteit

De kwaliteit van milieufactoren is de afgelopen decennia sterk verbeterd. Desondanks levert het milieu nog steeds een belangrijke bijdrage aan de ziektelast in de bevolking. Ook zijn er toekomstige ontwikkelingen die mogelijk nieuwe gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Dit webartikel beschrijft deze ontwikkelingen en de mogelijke effecten daarvan op de volksgezondheid. De focus ligt daarbij op de ‘klassieke’ milieufactoren lucht, water, bodem en geluid.

Luchtkwaliteit verbetert overal

De luchtkwaliteit in Nederland is de afgelopen decennia verbeterd. Op de meeste plaatsen in Nederland wordt voldaan aan de Europese wettelijke normen voor de luchtkwaliteit (1). Toch zijn er nog steeds effecten op de gezondheid en leidt de luchtkwaliteit in Nederland nog altijd tot een vermindering van de levensverwachting met gemiddeld 13 maanden vergeleken met een situatie zonder luchtverontreiniging (2, 3). Van alle luchtverontreinigende stoffen is fijn stof de veroorzaker van verreweg de meeste ziektelast (4). Er wordt verwacht dat de concentraties van fijn stof (PM10 (deeltjes <10 micrometer) én PM2,5 (deeltjes <2,5 micrometer)), maar ook van stikstofdioxide (NO2) en roet in de komende jaren verder (licht) zullen dalen (5). Rond 2030 zal naar verwachting bijna overal in Nederland voldaan worden aan de WHO-advieswaarden voor fijn stof (6, 7) en stikstofdioxide. Daarvoor is het wel nodig dat onder meer de emissienormen voor voertuigen in de praktijk worden gehandhaafd, oude voertuigen worden vervangen, de emissies uit veehouderijen verder verlaagd worden, en de uitstoot van fijn stof uit bijvoorbeeld houtkachels niet toeneemt. Het behalen van de PM2,5 WHO-advieswaarden verlengt de levensverwachting met gemiddeld 4 maanden (3). Ook de ziektelast door fijn stof en NO2 kan met één derde afnemen ten opzichte van het jaar 2013 als de WHO-advieswaarden voor fijn stof en stikstofdioxide behaald worden (3).

Veehouderijen dragen bij aan de uitstoot van fijn stof en ziekteverwekkers

Nederlandse veehouderijen stoten jaarlijks grote hoeveelheden fijn stof en ammoniak uit (5). Ammoniakemissies uit de veehouderij dragen voor meer dan de helft bij aan de vorming van en blootstelling aan fijn stof in steden (3). Ook leiden ammoniakemissies tot geurhinder, die bij een hoge belasting welzijnseffecten veroorzaken bij mensen, zoals verstoring van gedrag en activiteiten en stress gerelateerde gezondheidsklachten (8). Ook de uitstoot van endotoxinen (resten van dode bacteriën) en ziekteverwekkers afkomstig van veehouderijen beïnvloeden de gezondheid van omwonenden (9, 10). Zo lopen mensen die rondom pluimvee- en geitenhouderijen wonen een groter risico op het oplopen van een longontsteking (10). Daarnaast speelt de veehouderij een belangrijke rol bij het ontstaan van uitbraken van zoönosen. Dit zijn ziekteverwekkers die van dieren op mensen overgedragen kunnen worden, zoals de Q-koortsbacterie (11). Daarbij speelt mee dat in Nederland de vermenging van veehouderijen en burgerbewoning groot is: 87 procent van de Nederlandse veehouderijen ligt op minder dan 250 meter van een burgerwoning. Ruim 350.000 burgerwoningen liggen binnen 250 meter van een veehouderij (12). Mogelijk worden de eisen voor emissie van fijn stof uit veehouderijen verder aangescherpt (13). Dit kan in de toekomst leiden tot een verbetering van de luchtkwaliteit. Naast mogelijke gezondheidseffecten door de uitstoot van fijn stof, endotoxinen en ziekteverwekkers, speelt de veehouderij ook een rol bij de verspreiding van antibioticaresistentie (14). Het concept Veehouderij One Health (VOH) kijkt integraal naar alle facetten van menselijke gezondheid in relatie tot de gezondheid van dieren en het milieu (zie kadertekst).

Veehouderij One Health (VOH)

Ontwikkelingen van andere vormen van luchtvervuiling zijn onzeker

Andere vormen van luchtvervuiling zijn ozon, ultrafijn stof en houtrook. De jaargemiddelde ozonconcentratie stijgt licht door stijgende emissies van methaan, stikstofoxides en vluchtige organische stoffen en zal in de toekomst naar verwachting verder stijgen als gevolg van de klimaatverandering. Dit kan een negatief effect hebben op de ontwikkeling van de longen bij kinderen en de longfunctie, vooral bij astmatici (18). De verwachting is dat de relatieve bijdrage van houtrook aan luchtverontreiniging belangrijker wordt, omdat het gebruik van de houtkachel als hernieuwbare energiebron kan toenemen door klimaat- en energiebeleid en doordat het wegverkeer steeds schoner wordt (3). Ook de relatieve bijdrage van andere bronnen zoals scheepvaart en slijtage van banden en remmen zal naar verwachting toenemen. De gezondheidseffecten van de emissies van deze bronnen zijn veelal onbekend, net als van ultrafijn stof dat vrijkomt bij verbrandingsprocessen. Hoewel ultrafijn stof mogelijk schadelijker is voor de gezondheid dan grotere deeltjes fijn stof, zijn de precieze gezondheidseffecten nog onvoldoende bekend (19).

Meer druk op oppervlaktewaterkwaliteit door medicijngebruik en microplastics

De kwaliteit van het oppervlaktewater wordt in hoge mate bepaald door microbiologische en chemische verontreinigingen uit afvalwater en mest. Bij afvalwater gaat het om zowel gezuiverd rioolwater als ongezuiverde riooloverstorten. Verontreinigingen door nutriënten (voedingsstoffen voor planten en (micro)organismen die worden gebruikt in de landbouw) en metalen zijn sinds de jaren ‘90 sterk verminderd. Toch blijft waterkwaliteit een aandachtspunt door nieuwe risico’s, zoals toenemende hoeveelheden medicijnresten en microplastics. Medicijnresten en ziekteverwekkende micro-organismen worden slechts gedeeltelijk bij de zuivering van afvalwater verwijderd (20, 21, 22). Het toenemende gebruik van medicijnen als gevolg van onder andere de vergrijzing heeft invloed op de hoeveelheid resten die in het oppervlaktewater terechtkomen. Over de gevolgen voor de volksgezondheid van blootstelling aan verontreinigingen in oppervlaktewater is nog weinig bekend (23).

Via bodem kunnen mensen aan chemische verontreinigingen en ziekteverwekkers blootgesteld worden

De bodem is, in tegenstelling tot lucht en water, een zeer traag werkend natuurlijk systeem. Dat betekent dat de gezondheidseffecten door verkeerd gebruik van de bodem pas na decennia zichtbaar worden. Alle nu bestaande plekken met ernstige bodemverontreiniging moeten in 2020 zijn gesaneerd of beheersbaar zijn (24). De meeste aandacht gaat daarbij uit naar grote oppervlaktes die verontreinigd zijn met lood, arseen en asbest. Ontoereikend bodembeheer in de toekomst kan leiden tot een te hoge blootstelling aan zulke chemische verontreinigingen. Veranderingen in landgebruik en bodembeheer kunnen leiden tot bijvoorbeeld veranderingen in de verspreiding van ziekteverwekkers uit mest of in het vóórkomen van de teek (25, 26). Ook klimatologische ontwikkelingen, zoals temperatuurstijging en veranderende neerslagpatronen, dragen hier aan bij (27). In stedelijk gebied kan meer verharding en bedekking van het bodemoppervlak, bijvoorbeeld met tegels of asfalt, leiden tot meer wateroverlast en hittestress (28) (zie webartikel Inrichting van de leefomgeving).

Steeds meer microplastics in ons milieu; gezondheidseffecten nog onduidelijk

Er wordt steeds vaker gebruik gemaakt van plastics en andere kunstmatige toevoegingen. Door het uiteenvallen van plastic zwerfafval en tijdens de productie van plastics ontstaan microplastics die terecht komen in de leefomgeving (bijvoorbeeld in het oppervlaktevlaktewater, zoals hierboven beschreven) en voedselketen. Er komen ook deeltjes vrij uit kleding (tijdens wassen en slijtage), en door bandenslijtage en stofemissies van bouwplaatsen. Daarnaast worden micro-plastics toegevoegd aan cosmetica, schuurmiddelen en verf, waardoor ze direct in het milieu terecht komen. Dit kan nieuwe, maar nog onbekende, gezondheidsrisico’s met zich meebrengen, zeker ook omdat plastics nauwelijks afbreken en er vele additieven aan worden toegevoegd (29). Door de Gezondheidsraad is er om deze reden een advies uitgebracht om meer onderzoek te doen naar de gezondheidseffecten van plastics (30).

Nanodeeltjes steeds vaker toegepast

Het toenemend gebruik van plastics leidt tot het vaker vóórkomen van kleine deeltjes in het milieu, zoals hierboven beschreven. Andersoortige kleine deeltjes, nanodeeltjes, worden bewust geproduceerd om hun specifieke eigenschappen. Nanotechnologie en ontworpen nanomaterialen bieden nieuwe materiaalconcepten die op talloze manieren en in talloze producten kunnen worden toegepast (31). Zo worden nanodeeltjes toegepast in alledaagse producten zoals in cosmetische producten (denk aan zonnebrand, lotions en make up), in de voedingsindustrie (bijvoorbeeld in toevoegingen), bij de behandeling van textiel (tegen kreuken, vlekken en bacteriën), en als coating op ramen, lenzen en schermen (om het oppervlak waterafstotend, ontspiegelend of zelfreinigend te maken). Ook worden nanodeeltjes in de geneeskunde gebruikt bij gespecialiseerde gerichte medicatie en verbetering van de werking van bijvoorbeeld beeldvormingsapparatuur (31). De verwachting is dat er de komende jaren een verdere groei in het aantal toepassingen is.

Impact van blootstelling aan nanodeeltjes op volksgezondheid nog onduidelijk

Bij het gebruik van producten waarin nanotechnologie wordt toegepast kunnen nanodeeltjes vrijkomen in het milieu. Het is echter niet duidelijk wat de gevolgen zijn van nanodeeltjes in het milieu. Organismen kunnen nanodeeltjes opnemen via water, lucht en bodem. Over de nadelige gezondheidseffecten van nanodeeltjes is nog niet heel veel bekend. Wel is bekend dat, als mensen in contact komen met slecht oplosbare nanodeeltjes en deze inademen, dit kan resulteren in lokale ontstekingen in de longen, wat mogelijk weer kan leiden tot allergische en ontstekingsreacties, en zelfs DNA beschadigende effecten. Ook is opname in het lichaam via de longen of het maagdarmkanaal een reden tot zorg, aangezien sommige deeltjes in de bloedbaan belanden en zich kunnen ophopen in organen als de lever en de milt. Bepaalde soorten nanovezels kunnen asbestachtige reacties veroorzaken (32). Hoewel er kennis is opgebouwd over de schadelijkheid van sommige nanomaterialen, ontbreekt het aan kennis over werkelijke blootstelling, waardoor de impact op de volksgezondheid via het milieu nu niet te bepalen is (31).

Geluidhinder zal toenemen

De niveaus van geluidbelasting zullen in de komende jaren toenemen, en ook het karakter van het geluidlandschap zal veranderen. Dit is het gevolg van de verwachte toenemende bevolkingsdichtheid, voortgaande verstedelijking en groei van het verkeer. Uitbreiding van het vliegverkeer op verschillende plaatsen in Nederland en een toename van het goederentreinverkeer, vooral ‘s nachts, zullen zorgen voor meer geluidhinder, ondanks dat auto’s, vliegtuigen en treinen steeds stiller worden. Deze geluidhinder kan ook veroorzaakt worden door het laagfrequente geluid als gevolg van (vracht)verkeer op snelwegen. Voor sommige mensen is dit geluid hoorbaar als een hinderlijke bromtoon (33,34). Andere geluidbronnen die naar verwachting meer hinder gaan veroorzaken, zijn mechanische ventilatiesystemen, warmtekrachtpompen en windturbines, vaak ingezet als energie besparende maatregelen. Door klimaatverandering kan het aantal koelingssystemen in de bebouwde omgeving en de geluidhinder van buren tijdens warmere en langere zomers toenemen. Ongewenst geluid kan leiden tot onder andere hinder, slaap- en concentratieproblemen, en ook tot hoge bloeddruk en verhoogde niveaus van het stresshormoon cortisol, die het risico op hart- en vaatziekten en op psychische aandoeningen verhogen (35). Voor bromtonen zijn alleen hinder en slaapverstoring als effect aangetoond (36). Of en in welke mate geluid een effect op gezondheid heeft hangt af van hoe het geluid beoordeeld wordt. Geluid kan ook positief gewaardeerd worden (bijvoorbeeld natuurgeluid) en bijdragen aan het welzijn en herstel. Zo komt in de soundscape-benadering steeds meer aandacht voor akoestische kwaliteit van de stedelijke leefomgeving. Geluid wordt hierbij niet opgevat als een afvalproduct, maar als bouwsteen voor het creëren van aantrekkelijke, gevarieerde omgevingen (37).

Model 21e eeuwse vaardigheden

Perceptie van burgers van belang

Of geluid leidt tot negatieve gezondheidseffecten hangt onder andere af van of een persoon geluid als lawaai beoordeelt of niet (38). Perceptie speelt bij alle risico’s een belangrijke rol. Het gaat hierbij niet alleen over ‘matters of fact’ (de feiten), maar ook over ‘matters of concern’ (de bezorgdheid) (39, 40). Er bestaat dus een diversiteit aan beelden, verwachtingen, waarden en veronderstellingen van belanghebbenden. Deze diversiteit wordt steeds duidelijker doordat internet en sociale media in toenemende mate een podium bieden voor de uitwisseling van ideeën en standpunten. Risicoperceptie en bezorgdheid kunnen op termijn via stress tot aantasting van de (ervaren) gezondheid (41). Dit is niet alleen afhankelijk van de blootstelling, maar ook van context en persoon. Door in onderzoek en beleid rekening te houden met de diversiteit onder burgers kan meer gezondheidswinst worden bereikt.

Referenties

Meer achtergronden bij deze Themaverkenning en informatie over de gebruikte methoden vindt u hier

Naast deze Themaverkenning heeft de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV)-2018 ook Themaverkenningen over de Zorgvraag van de toekomst en Technologie gepubliceerd, en een Trendscenario. Deze producten beantwoorden de vraag: wat komt er op ons af? In juni 2018 is het onderdeel Handelingsopties verschenen, waarin wordt gekeken naar wat we zouden kunnen doen om goed om te gaan met een selectie van urgente opgaven. In juni 2018 is ook de Synthese verschenen, waarin de belangrijkste bevindingen van het Trendscenario, de Themaverkenningen en de Handelingsopties worden samengevat.

De VTV gaat over de toekomst. Cijfers en informatie over historische trends en de huidige stand van zaken kunt u vinden op de websites de Staat van Volksgezondheid en Zorg en Volksgezondheidenzorg.info.

Voor de totstandkoming van deze Themaverkenning is gebruik gemaakt van expertconsultatie. Een overzicht van geraadpleegde experts vindt u hier.